De nadagen van de slavernij...
Mijn in 1900 op het platteland geboren Pake (Friese Opa) voerde een heldere strijd: tegen het grootkapitaal. In zijn ogen was de georganiseerde onderdrukking van de arbeiders door een kleine (over-)heersende klasse (met als belangrijkste doel maximale winst) de oorzaak van veel (zo niet alle, in zijn ogen) ellende in de wereld. Ik hoor hem nog tekeer gaan tegen de vertegenwoordigers van deze corrupte elite. Tot in 1996 heeft hij zich onvermoeibaar en strijdlustig bij zijn standpunten gehouden, de krant gelezen, het journaal gevolgd, gesprekken gevoerd, zich druk gemaakt. Ik kon het niet altijd met hem eens zijn (ik kon me vooral bij dat 'grootkapitaal' niet altijd wat voorstellen), maar ik hield wel van zijn passievolle gedrevenheid en zijn maatschappelijke betrokkenheid. Wat er in de wereld om mij heen gebeurt heeft me mede daardoor nooit onverschillig gelaten.
Mijn ouders (1930/1932) voerden in zekere zin ook strijd. Voor ontwikkeling en tegen onwetendheid. Tegen de overtuiging dat iedereen gelijke kansen krijgt, en dat als je maar hard genoeg werkt (je best doet) het succes dan verder 'vanzelf' wel komt. Zij zagen niet enkel een samenleving, een overheid en maatschappelijke instanties die voorwaardelijk werkten voor het succes van zo mogelijk een ieder; ze hebben hun leven lang gewerkt (vanaf hun16e) om deze samenleving daadwerkelijk te creëren. Al heette het toen zo vlak na de Tweede Wereldoorlog terecht: (weder) opbouwen. Bij dit bouwen en creëren hoorde een zo breed mogelijke opleiding en orientatie op de maatschappij. Zo waren mijn zus, broer en ik uit overtuiging (van mijn ouders) lid van de openbare bibliotheek, volgden we openbaar onderwijs (om vroeftijdig aangeleerd 'eng-denken' zo veel mogelijk te beperken), kregen we muziekles (eesrt een jaar blokfluit, daarna piano), deden we wekelijks aan sport (AGV in Assen), bezochten we ieder half jaar voor controle de tandarts (ik hoefde tot mijn opluchting en veler verbazing NIET naar de schooltandarts), zaten we alle drie om de 14 dagen op zondag op de doopsgezinde zondagsschool (door mijn moeder die dat 10 jaar verzorgde omgedoopt tot 'zondagsclub' omdat dat leuker klinkt en beter paste bij de Westhill-opzet die ze had gekozen) en aten we gezamenlijk aan tafel thuis (tussen de middag warm). Als bouwkundige van de Rijksgebouwendienst kwam mijn vader tussen de middag thuis (behalve op donderdag, want dan ging hij de provincie in), waar mijn moeder full-time het huishouden bestierde. Terecht maakt(e) mijn moeder zich kwaad als er nonchalant geconcludeerd werd 'o, u werkt niet'.....
Als vertegenwoordiger van een derde generatie realiseer ik me ook te 'strijden'. In zeker zin zet ik van de strijd van mijn (groot-)ouders door: tegen de ondrukking, voor de ontwikkeling. In mijn eigen visie: een strijd voor de bevrijding van het menselijk potentieel in organisaties en de samenleving. We kunnen zo veel meer dan ons zo dikwijls wordt mogelijk gemaakt door de instituties die we hebben gecreeerd. Ik krijg dan vaak te horen: "Zo werkt dat hier nu eenmaal." Ik kan en wil (wens!) me daar niet bij neer te leggen. Deze instituties, organisaties, bedrijven zijn geen gegeven: we hebben ze (zo) gemaakt of ze zijn zo verworden. Onderdrukkende systemen gericht op Planning & Control, korte termijn resultaat, en het o zo geestdodende eenzijdige streven naar enkel efficiency. Alsof de intensiteit en de kwaliteit van het leven, de liefde, kinderen, je gezin, onze familie, de buurt, de wijk, de stad, de muziek, de kunst in het algemeen, het genieten, de vacantie, de reis langs die 2 dimensies gemeten kan worden. Nee, natuurlijk niet. Maar wel ons werk! Meer doen, met minder mensen....
Een vriend en inspirator van/voor mij sprak eens over de nadagen van de slavernij: we verhuren ons voor 40 uur in ruil voor arbeid. In die 40 uur doen we wat er van ons verlangd wordt (je wordt er tenslotte voor betaald). Daarbuiten doen we dan wat we zelf werkelijk wensen en verlangen. Het (mentale, maar ook fysieke) verzuim wat dat oplevert loopt in de miljarden. Een voorzichtige schatting van een verlies van menselijk potentieel in onze samenleving, omdat we (wie?) denken dat het zo hoort en niet anders kan.
Recent onderzoek (zie hieronder het artikel NRC 17 juli 2010) voedt mij en mijn STRATCH-collega's om te blijven werken aan vitale organisaties met vitale mensen, met voor hun boeiend werk.
Met dank aan mijn (groot-)ouders!




