“Einstein en de banken”

0 Comments Corporate vitality by Wiebe Goslinga

  In Engeland is weer een heftige discussie ontstaan over de rol van de banken en het, in de ogen van sommige politici en de Centrale Bank, weer terugvallen van de banken in oud (bonus)gedrag. O.a. naar aanleiding van het bericht dat de CEO van RBS, Stephen Hester, over 2010 een bonus zou ontvangen van £ 2,5 miljoen. Dat zou zijn totale salaris brengen op een niveau van bijna £ 7 miljoen. En dat bij een bank die voor 80% in handen is van de staat en onlangs nog door overheidsgeld overeind gehouden moest worden. 

 Ook in Nederland blijft het gedrag van de banken de politiek bezig houden. De politici zijn niet tevreden over wat de banken laten zien op grond van de zogenaamde Code Banken, een pakket van maatregelen die de banken zelf hebben opgesteld om het vertrouwen terug te winnen en om orde op zaken te stellen.

 Mervyn King, de president van de Engelse Centrale Bank, verklaart (in een interview in de Daily Telegraph onlangs) het nog steeds toekennen en uitbetalen van (te) hoge bonussen uit het feit dat deze bankinstellingen ‘to big to fail’ zijn. Een in zijn ogen nog steeds ongezonde situatie. Hij ziet het o.a. als zijn taak dit aan te pakken, voordat hij op enig moment met pensioen zal gaan.

 In Nederland heeft minister de Jager de banken respijt gegeven tot september om aan te tonen dat het ze menens is met de Code Banken. Dit, ondanks de druk vanuit de Kamer om zelf met wetgeving te komen, nu de banken, in de ogen van de Tweede Kamer, wel erg traag lijken te reageren op haar eigen Code. En dat niet alleen uit de hoek van de SP, waar je dat van zou verwachten, maar ook van de zijde van het CDA en de VVD.

 In deze discussie doemt het dilemma op van aan de ene kant de tucht van de (aandelen) markt en aan de andere kant de openbare nutsfunctie van de banken. Bankdirecties verdedigen de terugkeer (zijn ze ooit echt weggeweest?) van de (hoge) bonus cultuur door te verklaren dat ze niet anders kunnen, omdat ze anders hun toptalent en topverdieners kwijt raken aan de concurrentie, terwijl er van ze verwacht wordt dat ze de aandeelhouders een concurrerend rendement geven op hun investering. Politici en toezichthouders zien in deze bonuscultuur weer de verleiding van banken om (te) risicovolle posities en transacties op de boeken te nemen.

 En zo houden ze elkaar in een wurggreep: de politici en de toezichthouders roepen dat het nu toch écht anders moet en de banken gaan door op de ingeslagen weg, omdat ze, in hun ogen, niet anders kunnen.

 Moet er eerst een tweede financiële crisis komen, waar de president van de Engelse Centrale Bank voor waarschuwt of is het zelfreinigend vermogen van de banken en de druk vanuit de politiek groot genoeg om de bakens (tijdig) te verzetten?

 Kan de tucht van de (aandelen)markt zich op een gezonde en prudente (het woord van de toezichthouders) manier verhouden tot de maatschappelijke nutsfunctie van de banken?

Daar zit m.i. de kernvraag.

 In de discussies en debatten tot nu toe lijken die twee standpunten onverenigbaar en graven de aanhangers aan beide zijden zich in, waardoor er nooit een bevredigende oplossing gevonden zal worden.

De uitdaging is daarom dat beide kampen uit de ingegraven stellingen komen en rond de tafel gaan, vanuit het geloof dat er een oplossing mogelijk die zowel recht doet aan de markt als aan de maatschappelijke nutsfunctie van de banken.

Dan zal er wel eerst geluisterd moeten worden naar de wijze woorden van Albert Einstein:

 “Je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt”

Comments (0)

Add New Comment

*
Captcha text